home > skiednis > oosterwierum voor 1900
Oosterwierum voor 1900 | Easterwierrum.nl
 

Hoe was het in Oosterwierum (frl: Easterwierrum) voor 1900

Oosterwierum was een dorp wat bestond uit drie delen. Men had het Tsjerkebuorren, de Brêgebuorren (ook wel molenbuurt genaamd) en de Dille. Deze waren alle drie van groot belang, zowel voor het dorp zelf als ver daar buiten, voornamelijk om de centrale ligging.

Op het Tsjerkebuorren stonden de kerk met de pastorij, de school, kosterswoning en de nu nog bestaande boerderijen rond de terp.Vanaf de terp tot achter het erf van Ids Willemsma liep dan nog het “ lijkpad ” naar de weg, half weg het pad stond ook nog één woning. Vanuit de kerk is men begonnen om de jeugd te onderwijzen, vandaar dat de school dicht bij de kerk stond. Men benoemde een koster welke door de week de kinderen van de “gegoede” ouders kon onderwijzen, in lezen, schrijven en rekenen, tevens moest hij de kinderen ook goede deugden bij brengen.Tot zijn taak behoorde ook het kachel stoken in de kerk, het schoonhouden van de kerk, het voorzingen, orgelspelen, grafregisters bijhouden, klokluiden en opwinden en ’s avonds de oudere jeugd bijles geven. Zo werd op 18 juli 1827 benoemd Wijbrandus Haanstra, zijn loon was F160,- gulden uit de kerkvoogdij en F100,- gulden uit de Grieterijkas daarnaast kreeg hij nog 30 cent van de ouders per maand per kind , dit was dus zijn hele jaarsalaris. Arbeiders kinderen konden dit vaak niet betalen, deze kinderen konden maar beter direct hun ouders gaan helpen op de boerderij of op het land.

Wat mij is opgevallen dat de benoeming tot koster werd gedaan door een provinciale bestuurder die tevens kerkvoogd was in Eaterwierrum,Wirdum en Weidum. Deze bestuurder woonde in Leeuwarden (van Haarsma Buma) en is begraven in een eigen familie kerkhof in Weidum, hij is een van de voorvadesr van oud burgemeester van Haarsma Buma van Sneek

De Brêgebuorren
Hier hield men zoals de meeste van u misschien wel weten, de jaarlijkse paardenmarkt. De meeste mensen woonden rond de molenstraat ( nu Mounestrjitte), en het Tsjerkepaad. De R.K kerk stond op het eind van het Tsjerkepaad met de pastorij op het einde van de molenstraat. Men woonde in deze straten “als haringen in een ton”. Net voor de tweede wereldoorlog kwamen er ongeveer 50 kinderen rond deze twee straten, die de school bezochten. Dan bestond er nog een klein stukje Singel, (tot en met het huis van Bob en Marion Cook), op het einde van de Singel stond dan nog Fugelsangstate van Jetse Dijkstra. Op de Doarpsstrjitte (toen Bozumerweg) was het huis van Klaas en Esther de Jong de laatste woning. Aan de andere zijde was het huis van Piet Boersma de laatste, wel had je iets verder op de “ald hang” waar Jan en Anna nu hun moestuin hebben.Richting de Dille stonden niet veel woningen, wel aan de Noord Oost kant richting garage aan het water was de laatste woning die van G. Bouma.

Wat gebeurde er zoal in de kom van Oosterwierum
Hier woonde de middenstand, en er stond ook een rog en pelmolen, 2 cafés’s , een wagenmakerij,en er een woonde een hoefsmid, 3 timmerlieden, 1 bakker, 2 kooplieden, een paardenkoper, een snijder, 2 schippers, 2 schoenmakers, en een kûper ( tonnenmaker) dit alles zo rond 1749. In 1627 hield men vanuit het voormalig huis van “Jentsje Piet” (dit huis stond voor het huis van Jelle Bouma aan de weg Pietsje had hier een winkeltje) gebedsdiensten van de Roomskatholieke kerk.

Twee maal per week was het er een drukte van belang, dan kwamen de veedrijvers door het dorp. Zij gebruikten de kom van het dorp om even uit te rusten. Dit was ook voor de middenstand van Oosterwierum van groot belang, het was vaak nacht wanneer de veedrijvers langs kwamen maar van vaste winkeltijden was toen nog geen sprake.

Dan rest nog de Dille met zijn 2 herbergen en de kleine herberg of stille kroeg van frou Pool. Hier stond ook nog een rog en pelmolen op het erf van Tj. Miedema. De Dille herberg was van groot belang, als laatste voor de paarden die hier werden gewisseld. Het vervoer over de Zwette was van Leeuwarden naar Sneek een drukke route. Wij moeten wel bedenken dat de scheepjes niet boven de 20 ton kwamen, zo waren er in Baarderadeel in 1886, 55 schepen met een totale tonnage van 947 ton totaal. Ook als IJsherberg was de Dille belangrijk, zo las ik in de notulen van de kerk dat er vaak ook het verhuur van de landerijen plaatsvond op de Dille. Dit was vast om een breder publiek te bereiken. Zowel zomers als ’s winters was het er altijd een drukte van belang, met vooral het vrachtverkeer door de Zwette. Menig dorpsschipper bezorgde voor de boeren, de kaas en boter op de markt, want van zuivelfabrieken was toen nog geen sprake. En dan natuurlijk wanneer er ijs lag zocht men ook zijn vertier in de IJsherberg.

Rintje de Schiffart

Contact
Anneke Monsma: Foarsitter
Tryntsje v.d. Meer: Secretaris
Auke de Vries: Ponghâlder
Stephan Kurpershoek
Tineke Altenburg

Algemene vragen

School- en Dorpskrant Om 'e Ald Toer
Voor het insturen van kopij of vragen kunt u mailen met:

 

Wêr leit it? | Sitemap | © Easterwierrum.nl